Posts tonen met het label Schelpen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schelpen. Alle posts tonen

maandag 8 juli 2019

Stavanger en Solastranden

De enige grote stad in onze buurt was Stavanger. En vermits het weer een te beetje twijfelachtig was voor een natuurwandeling beslisten we vandaag het oude stadsdeel “Gamle Stavanger” te bezoeken.

Maar voor de middag gingen we eerst naar Solastranden, op zoek naar de zo gewilde Noordkrompen. Het strand leek eerst leeg, maar er waren gewoon geen grote schelpen. Maar wel massa's kleintjes - vooral Venusschelpjes. Daar werden er enkele honderden van geraapt - dat wordt mooi in een glazen potje of zo.




Gamle Stavanger bestaat uit een gering aantal min of meer evenwijdig aan de haven lopende straatjes, het ene een huizenrij hoger dan de andere. Het is er rustig rondkuieren, genietend van die typische uitstraling van die spierwit geverfde houten gebouwen.





De kleur wordt er verzorgd door de bloemen in smalle voortuintjes of (hang)potten, of door de voordeuren.




Hier en daar kan je een winkeltje met artisanale producten bezoeken.



Natuurlijk is dit oude stadsdeel ook een beetje een toeristenval, alhoewel de grote souvenirshops geconcentreerd zijn op de kaai zelf, in omgebouwde pakhuizen. Want daar komen de cruiseschepen aan – mastodonten die telkens het straatbeeld op bombastische wijze domineren.



Op de kaai vind je tevens, maar dan eerder aan de overzijde van de haven, terrasjes en restaurantjes.



Maar wij gingen eten in de hippiewijk. Ik kan het niet anders noemen – plots zoveel kleur en uitbundigheid!





En wat bleek - dat tenslotte het weer best meeviel aan de kust. Dus morgen toch er op uit. 

zaterdag 6 juli 2019

Naar het Noorden

“Oei – Noorwegen. Hoe ver dat dat wel is”, was onze eerste gedachte toen dat land in beeld kwam als vakantiebestemming. En dat bleek ook waar te zijn. Drie dagen rijden was nodig om er te raken. Maar onze wens om toch eens noordwaarts te trekken was groot genoeg om dat terzijde te schuiven. En het reizen zelf is toch ook al vakantie?

Dus stippelden we minutieus de reis uit. De eerste dag reden we Duitsland door tot net voor de Deense grens, de tweede dag zou ons tot het topje van Denemarken brengen en op dag drie zouden we oversteken naar Noorwegen en dan de laatste honderden km overbruggen tot ons eerste vakantiehuisje aan de Lysefjord. De tweede week van ons verblijf wilden we verkassen naar de meer noordelijker gelegen Sognefjord.

De reisroute gaf me ook de mogelijkheid om onderweg enkele stranden aan te doen. Niet dat ik zo een zonneklopper ben – verre van – maar ik wou proberen mijn verzameling mariene schelpen aan te vullen met wat noordelijke soortjes. Daarom boekte ik een eerste overnachting nabij Schönhagen aan de Oostzee. Ik had er geen hoge verwachtingen, want de Oostzee is een brakke binnenzee. En dus vonden we slechts wat Nonnetjes en Brakwaterkokkels, maar gelukkig ook enkele Breedgeribde astartes. Maar die geringe buit werd ruimschoots goedgemaakt door de aanblik van een grote kolonie Oeverzwaluwen. Net buiten het dorp bestaat de kustlijn uit een steile, zanderige klif waar wel duizenden Oeverzwaluwen hun nesten in uitgraven. De lucht wemelde van die vogeltjes die er op insecten jagen.



’s Avonds, na een eerder saaie rit doorheen Denemarken bezochten we bij Hjorring een tweede strand, op zoek naar Noordkrompen. Helaas stond er een strakke wind uit de Noordzee en waren er daardoor weinig schelpen op het strand. We vonden slechts wat fragmenten hogerop het strand, bij wat kolken rond bunkerruines. De bunkers zelf zagen er uit als neergestorte ruimteschepen uit een ouwe SF-film en het stenige strand alsof een alien er zijn eieren had achtergelaten.


We voeren de derde dag Kattegat over van Hirtshals naar Kristiansand. Met de speedferry doe je daar zo’n drie-vier uur over.

En dan waren we in Noorwegen! De eerste kennismaking bestond uit een fikse regenbui, maar gaandeweg klaarde het gelukkig op en dan krijg je dergelijke zichten … we waren meteen verkocht.


dinsdag 17 november 2015

De Kaloot

Neen, dit blogje gaat niet over een tsjeef, maar over een strand.

Het heeft zijn naam niet mee, dit strand. Misschien heb je er nog nooit van gehoord, maar de Kaloot is in beperkte kringen redelijk bekend. Een mooie plek is het nochtans niet. Gelegen in een Zeeuws-Vlaams industriegebied annex haven (Sloehaven) en met een kerncentrale op steenworp afstand (Borssele) is het niet de meest aantrekkelijke plek om er met het gezin een strandvakantie door te brengen.


Zeeraket (Cakile maritima) op de Kaloot

En toch troffen we er een schare typische dagjestoeristen aan, gelegen op strandhanddoeken of onder strandparasols. Maar dat is wellicht toch niet het publiek dat het strand het meest aandoet. Een typische bezoeker van de Kaloot ligt niet neer maar stapt bedachtzaam, ietsjes voorovergebogen, met de handen op de rug over het strand. Hij/zij schijnt niet geinteresseerd te zijn in de vele tankers en vrachtschepen die kort voor het strand passeren. Noch kijkt ie op naar de indrukwekkende stoomwolk uit de koeltoren of de sluis waar het koelwater uit gutst. En meestal draagt ie ook een zakje met zich mee.

Nee, de ogen zijn gericht op de vloedlijn. Net als op elk strand bestaat deze uit schelpen. Maar hier op de Kaloot zijn dat wel bijzondere schelpen - het zijn fossiele schelpen. Af en toe bukt de typische bezoeker zich en monstert dan zijn vondst. En hij kan kritisch zijn, want het strand is een echte schatkamer! Door alle grondverzet dat er in het Sloegebied gebeurde en door het steeds opnieuw uitdiepen van de vaargeul in de Schelde worden steeds nieuwe fossiele zandlagen verstoord en spoelen de fossiele schelpen aan. De Kaloot is daardoor een schijnbaar onuitputtelijke bron van plezier voor de fossielenjager.

Er is heel wat om te doen geweest, om dit strand. Want het is al bedreigd geworden door uitbreidingsplannen van de Sloehaven. Een comité zette zich toen in voor het behoud en als ik het goed begrijp bezit de Kaloot sindsdien een soort van beschermingsstatuut, dank zij een rechterlijke uitspraak.


We gingen er voor 't eerst naar toe eind augustus. En we deden heel wat mooie vondsten.

Allereerst waren er veel tapijtschelpen te vinden. Terwijl ik aan onze kust meestal de Gewone tapijtschelp aantref, vindt men hier als fossiel de Grijze tapijtschelp (Venerupsis senescens).


Venerupsis senescens (Grijze tapijtschelp)

Er waren fragmenten van een grote en dikschalige soort fossiele verwant van de Noordkromp: Pygocardia rustica rustica.


fragmenten van Pygocardia rustica rustica

Verder was ik heel hebberig wat Astartes betreft. Om levende astartes (o.a. Kastanjeschelp) aan te treffen moet je al naar het noorden. Maar hier liggen verschillende soorten voor het rapen. Vermits ik ze niet op het oog herken, nam ik er voldoende van mee.


Laevastarte sp.

Thuis determineerde ik ze met dit werk: "De fossiele schelpen van de Nederlandse kust". Dat had ik gekocht omdat ik nergens in de gewone schelpengidsen al deze fossiele schelpen terugvond.




Blijkbaar vond ik vooral Laevastarte bipartita, maar ook Laevastarte basteroti, Laevastarte ovacostata, Laevastarte omali omali en Astarte incerta. Tsja - ze bezitten geen Nederlandse naam.


<^ Laevastarte ovacostata, >^ Astarte incerta,
< Laevastarte basteroti en > Laevastarte omali omali

Verder één gebroken exemplaar van een Noordse cirkelschelpje (Lucinoma borealis)


Lucinoma borealis (Noordse cirkelschelp)

En twee soorten fossiele Marmerschelpen: Glycemeris variabilis, maar wellicht ook de dunschaliger Glycemeris obovata. Ik vind G. variabilis de mooiste -  met die knappe ribbels op het slot.

slot van Glycemeris variabilis
Glycemeris variabilis


Glycemeris obovata ringelei

Er waren veel fragmenten van Mantelschelpen. Ik vrees dat het veel geluk vergt om van deze breekbare schelpen volledige kleppen aan te treffen. Voor zover ik het kan uitmaken, vond ik stukken van Pecten complanatus, Wijde kamschelp (Aquipecten opercularis) en wellicht een stukje van Mimachlamys angelonii.


Pecten complanatus
Aquipecten opercularis (Wijde mantel)

























Eerst was ik niet zeker wat dit nu eigenlijk was toen ik het vond. Maar achteraf blij dat ik het niet heb laten liggen. Het is een fossiele oestersoort met een hele dikke bleekbruine schelp: Pycnodonte navicularis.


Pycnodonte navicularis

En ik sprong een gat in de lucht toen ik deze vond: een redelijk gave Walshoren (Scaphella Lamberti). Het is geen tweekleppige, zoals de voorgaande fossielen, maar een slakkesoort. Ik vind de ribbelstructuur op de binnenkant van de windingen prachtig. Meestal is het alleen die centrale spil die je terugvindt op het strand en zijn de breekbaarder windingen er al afgebroken.


Scaphella lamberti (Walshoren)

Er kwamen tenslotte nog twee fossiele penhorens in mijn vondstenzakje terecht: Turritella incrassata heeft in vergelijking met de hedendaags aan onze kust levende Gewone penhoren (Turritella communis) een sierlijker horen door de hogere ribbels op de windingen.


< Turritella communis (Gewone penhoren) en > de fossiele Turritella incrassata

Je ziet, even op fossielenjacht op de Kaloot levert heel wat op. De volgende keer gaan we wat meer in het fijne gruis zoeken, want daar moeten ook heel kleine fossiele schelpjes te vinden zijn, naast de bekende haaien- en roggentandjes.

Haaien- en roggetandjes van de Kaloot