zaterdag 25 juli 2015

Le Châtelleret

DAG 7 : zaterdag 25 juli

Vandaag hadden we als doel de berghut le Châtelleret. Net als de wandeling naar le carrelet, moesten we er voor naar La Bérarde, maar daarna noordwaarts en onze tocht starten met de korte klim die we op onze eerste dag maakten.
Maar deze keer vervolgden we onze weg dieper de vallei in.

Voor ons de Tête de la Gandolière (3542m)

Ook hier gaat de wandeling over makkelijke paden door een overweldigend landschap.


Het zicht voor ons was fantastisch en maakte ons nieuwsgierig naar wat er om de hoek lag.


Het zicht terug, richting La Bérarde is al even knap. En de bloemen stonden er stralend bij.


Nogmaals Tolpis en Fleischer’s wilgenroosje

Rijsbes, Liefdesvetkruid en Klokjes

Naarmate we vorderden, werden de rotspartijen en watervallen steeds indrukwekkender. 

Tête du Rouget (3418m) en Pic Gény (3435m)  en  le Plaret (3563m)

De bergrivier wordt op deze hoogte begeleid door groepjes Witte elzen. Daarin verschool zich een vogeltje met een zang dat het vrouwke niet kon thuisbrengen. De ganse tijd liep ze te speuren of die onbekende zanger zich wou blootgeven.




Tot ie toch opeens bereid was kort te poseren. Bleek het een Barmsijs te zijn! Een soort waarvoor je normaal naar het hoge noorden moet maar die ook in de hoge alpen ’s zomers waar te nemen valt - als ie meewerkt tenminste …

Een gemsenfamilie en Parnassia, een bloempje dat bij ons in België bekend is van natte duinpannen in de kustduinen.




En dan kwam stilaan het einddoel in zicht. De vallei loopt te pletter op het massief van La Meije. Niet te geloven dat achter dit natuurschoon een skigebied verscholen gaat: dat van La Grave.



Het laatste stuk gaat het weer steiler omhoog naar de berghut toe. Gaandeweg veranderd de flora ook en zien we al meer typische planten van het hooggebergte verschijnen, soorten van kale rotspartijen en morenes, zoals Grijs kruiskruid (Senecio incanus) en Adenostyles leucophylla.




Tolpis staticifolia

Van kinds af aan vond ik dat altijd één van de leukste dingen van een wandeling in de bergen: het bereiken van je doel. 



En als dat doel geen bergtop was, dan was het tenminste een berghut. In een berghut krijg je dan wel niet dat heerlijke bergtopgevoel, maar zo’n warme chocomelk, erwtensoep of spaghetti maakt dat gemis ruimschoots goed. En een terras met zo’n zicht als dit … dat kan tellen.


Ik vind deze wandeling mooier dan die naar le Carrelet, maar misschien is dat net doordat deze refuge wèl geopend was. En bovendien hadden ze er nog een stuk overheerlijke bosbessentaart voor mij gelaten.



Voor ons bergwandelaars was de Refuge Du Châtelleret het eindpunt, maar voor bergbeklimmers is dit maar het eerste opstapje naar het echte werk. En het tweede opstapje bevindt zich daar boven op de rotsen. Ik weet niet of je het kan vinden op de linkse foto, maar de Alpiene club van Frankrijk heeft er een nog een refuge gebouwd, de “refuge du Promontoire”. 


Het is een stalen stekkedooske dat toch onderdak biedt voor een dertig klimmers of skiërs. Het lijkt onwezenlijk te balanceren op een richel op 3092m hoogte. Van daar uit vertrekken tientallen klimroutes over de befaamde rotspartijen van La Meije. Bezoek zeker eens de webstek van de refuge om een beeld te krijgen van het leven in de berghut, de prestaties van de klimmers en de pracht van de natuur daar boven.

<< Terug naar dag 1 
> Verder naar de volgende dag

vrijdag 24 juli 2015

De Romeinse brug

DAG 6 : vrijdag 24 juli

Tussen twee daguitstappen lassen we altijd een rustdagje in. Maar ons kennende, betekent dat niet dat we stilzitten. De voormiddag werd gevuld met inkopen in Bourg D’Oisans, waar het stadje nu volledig overspoeld wordt door de Tour-gekte. Morgen passeert hier de voorlaatste rit, en de laatste klim. Nog net een parkeerplaats gevonden tussen alle “Ollandse” kampers en dan met een volgeladen boodschappenmand weer snel naar boven, naar het rustige Venosc.

Onderweg werd duidelijk dat we na de onweders van dinsdag en woensdag blijkbaar even opgesloten waren in onze vallei. De weg was op verschillende plekken onder puin verdwenen door grondverschuivingen. Op twee plaatsen waren ze nog met heel zwaar materieel bezig.

De namiddag brachten we door op één van de mooiste plekjes in de vallei. Iets voorbij het dorpje St-Christophe en Oisans, bij Champhorent gaat het wandelpad er over een antiek brugje, wat oorspronkelijk zelfs Romeins was. Het beekje “de Muande” mondt er uit in de Vénéon en het is er heerlijk vertoeven.


Schuurtje in Le Clot

Bij St-Christophe namen we echter het wegje naar het gehuchtje “le Clot”. Van daar kan je stroomopwaarts de linkeroever van de vénéon volgen tot aan het Romeins brugje.

Dat leverde ons een lommerrijke wandeling door het bos op, een welkome afwisseling tijdens deze warme dagen.



We passeerden grote en kleine watervallen, brugjes,



liepen door donkere naaldbossen


en langs oude steenlawines

Spijtig genoeg waren de bloemen op de bestemming haast alle uitgebloeid en waren er dus ook weinig vlinders, maar het brugje zelf en de afgesleten rotsen aan de samenvloeiing zijn uitermate fotogeniek! Terwijl Dochter aan het water speelde en Jongste zoon en het Vrouwke wat in de zon luierden sloop ik met de camera rond.



En dat leverde deze sfeerbeelden op.


> Verdere lezen dag 7
< Terug naar dag 1 

donderdag 23 juli 2015

Le Carrelet

DAG 5 : donderdag 23 juli

Vanuit La Bérarde kan je drie richtingen uit. Bergafwaarts richting Venosc en Bourg D'oisans en bergopwaarts ofwel naar het noorden richting refuge du Châtelleret of naar het zuid-oosten richting refuge du Carrelet.

La Bérarde
Alhoewel wetende dat de refuge du Carrelet deze zomer gesloten was ging het vandaag toch die richting uit. De vallei van de Vénéon is er relatief vlak, het is maar vier kilometer tot de refuge en je stijgt maar 200m (van 1718m tot 1906m). Een makkelijke wandeling dus, door een mooie vallei met open zichten. Je wandelt er namelijk op de boomgrens, in de zogenaamde subalpiene zone, waar de bomen het door de hoogte laten afweten. Hoger dan dat vind je alleen nog natuurlijke alpenweiden en nog hoger kale rotsen, sneeuw en ijs.

     
Net buiten La Bérarde word je er door een bord nog eens op gewezen dat je in het nationaal park bent. Het park heeft trouwens een mooi logo, maar het doet me toch wat aan een sterrenstelsel denken (en wat heeft dat met de Alpen te maken?). Maar als je dichterbij kijkt dan zie je dat het bestaat uit een werveling van elementen: silhouetten van dieren, planten en mineralen. Ik zocht het op en volgens de ontwerper stelt het metaforisch de beweging, de rijkdom en de complexiteit van het leven voor. Het logo wordt niet alleen door Ecrins, maar door alle nationale parken in Frankrijk gebruikt .


We wandelden er de hele tijd langs de rivier, die telkens weer voor mooie en verrassende zichten zorgt, en voor zowel natuurlijke als menselijke rotsstapelingen.



En we zagen er nog wat bergflora en -fauna.

Berglaserkruid (Laserpithium siler), Tolpis (Tolpis staticifolia) en Europese blazenstruik (Colutea arborescens)
Een mij nog onbekende sprinkhaan, opvallend witte berken en een gems

De onmiddellijke omgeving van de refuge du Carrelet is een beetje triestig. Misschien is dat beter als de berghut open is, maar vandaag was het er maar saai. Er stonden een paar ezeltjes van trekkers, maar die waren ook precies niet enthousiast. 


Daarom stapten nog enkele honderden meters verder om een iets beter zicht te krijgen op de fotogenieke sneeuwmassa’s en rotskammen verderop in de vallei.



Net voor we aan de terugweg begonnen zag ik een vreemd voorwerp in een rotsblok. Het blijkt een “repère nivellement”, een hoogtemerk, te zijn. Frankrijk was rond 1860 het eerste land dat een landelijk netwerk van hoogtemetingen uitzette. Dat gebeurde onder leiding van ingenieur Bourdalouë. Het netwerk van metingen werden op het terrein voor eeuwig vastgelegd met metalen merktekens. Je vindt ze overal verspreid in Frankrijk, meestal op huizen.


Twintig jaar later nam Ir. Charles Lallemand  het werk over. Dit merkteken is er één van die tweede reeks en is dus ongeveer honderd zestig jaar oud. Geen wonder dat de centrale koperen zegel met de hoogteaanduiding verdwenen is. Maar volgens de fiche van het merkteken dat ik op de webstek van het IGN vond zit het op 1917,320m hoogte.

Bupleurum angulosum                        en                                          Tolpis staticifolia

Meesterwortel (Peucedanum ostruthium) en Fleischer's wilgenroosje (Epilobium fleischerii)