maandag 20 juli 2015

Lac Lauvitel

DAG 2 - maandag 20 juli


Vandaag vroeg opgestaan, want we planden een stevige klim. Lac Lauvitel ligt op duizend vijfhonderd meter hoogte geprangd tussen de pointe de Malhaubert en de Aiguille de Venosc.

Lac Lauvitel, aan de overzijde de Pointe de Malhaubert

De klim er naar toe is steil en je moet er, startende aan de parking in La Danchère, vijfhonderd meter omhoog. Er gaan twee wandelwegjes naar toe, één langs elke kant van de beek, maar er wordt aangeraden de klim langs de rechteroever te doen. Er is namelijk langs die kant iets meer schaduw. En dat was een goede raad gezien de warmte deze zomer. Ook hier zagen we dat de vegetatie serieus te lijden heeft onder de aanhoudende droogte. Heel veel planten waren al uitgebloeid en een aantal najaar soorten waren alreeds in bloei. Maar toch zagen we nog enkele leuke soorten onderweg. Er is bvb een soort Boshengel, die met zijn flashy blauw gekleurde schutbladeren er uitziet alsof er iemand met een spuitbus blauwe verf gepasseerd is.
Hertsmunt (Mentha longifolia) en Melampyrum nemorosum (een soort Boshengel)

Zaagblad (Serratula tinctoria) en Centaurea alpestris

Tweekleurig hooibeestje en Gewoon boswitje

Het bleek al gauw dat Lac Lauvitel een favoriete wandeling is, want er gingen verscheidene families en groepjes naar boven, allemaal aangetrokken door de belofte van zwemwater of de aanwezigheid van halftamme marmotten. Sommige hadden daarbij niks meer mee dan wat drinken, andere werden er net door hun gids op gewezen dat je altijd voedsel en regenkledij moet meenemen in de bergen. Ongeacht wat het weer aan het begin van de wandeling is, het kan altijd snel omslaan in de bergen.

Keizersmantel                                                      

Boven gekomen wordt je beloond met een prachtig zicht op de overkant van het meer, waar zich een integraal reservaat bevindt, het reserve integrale de fond de Lauvitel. Met integrale bedoelt men wel degelijk volledig - de toegang is er verboden. Behalve voor wetenschappers dan, want het reservaat werd in 1995 opgericht om te leren uit de natuurlijke dynamiek in een ecosysteem dat weinig onderhevig is aan menselijke invloed.


Aan de overzijde het reserve integrale de fond de Lauvitel

Maar de meeste bezoekers zijn al heel tevreden met het strandje aan de noordoostelijke zijde. Bergschoenen worden er met plezier uitgetrokken om er de vermoeide en verhitte voeten te verfrissen. En fris is het! Of zeg maar gewoonweg koud! Hoe sommigen er is slaagden er in te duiken en nog adem te krijgen ...



Spijtig genoeg waren de halftamme marmotten niet op post, maar er was wel een vriendelijke juffrouw van de service du parc national des Ecrins. Iedereen mocht er door haar telescoop kijken naar de gemsen hoog op de rotsen. Ze vertelde dat er enkele dujizenden in het nationaal park geteld worden. Toen ik zei dat het me opviel dat ze hier erg schuw zijn, in tegenstelling tot andere plekken in de Alpen, moest ze dat beamen. Maar ja, er word natuurlijk op gejaagd, zelfs in het park.


De cabanes des Selles en Digitalis grandiflora


Liggen zonnen in de hitte was er niet aan mij besteed maar het strand afspeuren naar bergvlindertjes die in het vochtige zand mineralen komen slurpen is meer mijn ding... ook al moet je er daarvoor vrij bizarre en nerdy houdingen voor aannemen.

Amateur-natuurfotograaf op familiestrand en Bosrandparelmoervlinder

Gewone glanserebia                                         

Zwartsprietdikkopjes

Op de terugweg kregen we een goed zicht op het skidorp Les Deux Alpes, en op het grote grondverzet dat daar gaande is. Misschien gaan we er morgen (rustdag) eens naar toe en krijgen we een beter zicht op wat er daar gaande is.




Terug in La Danchère hadden we een ijsje verdiend. We vonden er een gezellig tuinterras bij een lokaal hotelletje - mét lekker ijs. Ik heb de indruk dat we deze vakantie, met dergelijke temperaturen, nog veel op zoek zullen gaan naar verfrissing.

Bakoven en openbare wasplaats in La Danchère

zondag 19 juli 2015

Venosc

DAG 1 – Zondag 19 juli

Ik bespaar jullie de beschrijving van onze reis met de wagen naar de Franse Alpen. Je kent de verhalen: de eindeloze files, de blokkades van boze Franse boeren, de saaie landschappen, het gezaag van de kinderen … kort samengevat: niets van dat alles gezien of last van gehad. Zelden een zo soepele en vlotte reis door Frankrijk gehad. Net over de grens was er wel een file, maar zoals steeds hebben we die omzeild door even van de péage weg te glippen en pas enkele opritten verder er weer op te springen. Ik zou dat aan iedereen op reis in Frankrijk aanraden, want als er iets is wat die Fransen niet kunnen, dan is het filerijden. Van ritsen hebben ze bvb. nog niet gehoord, wel van het recht van de sterkste – of degenen die het meest drumt. We kwamen dus vrij vroeg aan, waardoor we nog in het vakantiehuisje zelf konden eten.



Deze ochtend was er dus niet zo veel nood aan echt lang uitslapen, toch niet van het type dat de ochtend opgesoupeerd is. Net als altijd op onze eerste vakantiedag beginnen we met het verkennen van de onmiddellijke omgeving van ons vakantiehuisje, als kennismaking. Niet dat dat deze keer echt nodig was, want we waren hier al eerder. Het was dus eerder een leuk weerzien, met het dorpje Venosc. 


En gelukkig heeft dat op die zeven jaar niks aan charme ingeboet. Een smalle straat die zich omhoog kronkelt, de steile maar autovrije steegjes met de artisans, de enkele terrasjes op het pleintje onder de kerk, de stokrozen, het fonteintje met het heerlijke alpenfrisse water en de bloemenperkjes waar de eerste bergvlinders ons welkom heten. Het is er allemaal nog. 


Tegen de middag begon het echter al te kriebelen. Op een gemeentelijk informatiebord had ik gezien dat er helemaal aan ’t eind van de vallei, in het dorpje La Bérarde, een lokaal feest doorging: la fête des guides. Niet dat ik zo’n fan ben van houterige klompendansen, maar het was een uitstekende uitvlucht om al op onze eerste vakantiedag de sfeer van de hoogte te gaan opsnuiven.


We maakten er een relatief korte wandeling, net boven het dorp, met ‘maar’ 120m hoogteverschil. Le circuit des trois ponts leidde ons inderdaad langs verschillende brugjes, volledig naar verwachting met kolkende bergbeken en prachtige vergezichten. Het zicht richting Vallon de Bonne Pierre was zelfs ronduit intrigerend. 



Echte guldenroede en zicht richting la Bérarde

Le torrent de Bonne Pierre

Fleischer's wilgeroosje en Minuarta?

Vallon de Bonne Pierre met Col des Ecrins

Langs de Torrent des Etançons, Gele bergsteenbreek en Levendbarende duizendknoop

Zo als eerste rustige dagje was dit wel geslaagd. Morgen gaan we al onmiddellijk voor het stevigere werk.

Verder lezen volgende dag

maandag 22 juni 2015

In Flanders fields





In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing,
flyScarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
                                                                                John Mc Crae, 1915



zondag 4 januari 2015

Schelpen kaderen


"Hé papa, dit moet ook mee hoor!"
Ik duwde net de laatste valies in de koffer van de wagen en richtte me op.
Aan het resoluut uitgestoken armpje van Dochter bengelde een zakje schelpen en stenen.
Oei - ze had het dus gezien, dat ik dat nog niet ingeladen had.
"Moet dat echt mee?" probeerde ik, wetende dat ik aan een op voorhand verloren strijd begon.
"Ik heb het klaargelegd bij de valiezen" zei ze op een toontje die geen tegenstand duldde. "Mama zei dat we daar alles moesten leggen wat mee naar huis gaat".
Ik deed nog een zwakke poging met een "Je doet daar thuis toch niks meer mee.", maar daar verdiende ik alleen een wantrouwende blik mee - en op het "Mama gooit dat thuis toch weg" volgde gewoonweg een uiterst boze blik.
Het armpje bleef uitgestrekt in mijn richting.
"Dus dat moet echt mee?" besloot ik met een zucht.
"Jawel. Ik ga daar nog mee spelen!" beklemtoonde ze nogmaals - nog net niet stampvoetend.
"Ik ben benieuwd" mompelde ik binnensmonds, en gaf het zakje een plaats onder haar zetel.
"Kijk, het zit onder je plekje. Je kan er onderweg dus ook mee spelen".
Dat stelde haar gerust, en ze huppelde terug het vakantiehuisje binnen.

Thuis gekomen stak het zakje nog steeds onder de zetel, en had ze er onderweg niet meer naar omgekeken. Het kwam tussen de rommel in de garage terecht, want ik durfde het niet aan het weg te gooien. Stel je voor dat er ze er plots toch om zou vragen ... Je weet niet hoe zo'n kinderhoofdje werkt.

We zijn nu jaren en vele vakanties later. Afgelopen jaar had ik me voorgenomen de garage op te ruimen en om te vormen tot werkplaats. En daar deed ik een ontdekking. Wel vijf-zes zakjes en doosjes gevuld met schelpen of stenen. Ik herkende ze meteen, en herinnerde me ook de bijbehorende pogingen ze achter te laten in diverse vakantielanden. Natuurlijk kon dat nooit, en vond ik er altijd nog een plekje voor in de al volgeladen gezinswagen. Of desnoods in het aanhangwagentje of dakkoffer - op een zakje met schelpen komt het niet aan. Of stenen, wanneer we uit de bergen terugkwamen.

Ik schudde de zakjes leeg in een doos en haalde er de stenen uit. Die bleken niet zo interessant te zijn, op een enkel exemplaar na. Maar de schelpen bleken toch wel een divers geheel te zijn. En daar zaten er ook echt mooie tussen! Mijn nieuwsgierigheid was dermate gewekt dat ik me enkele determinatie gidsjes kocht, en me verdiepte in het op naam brengen van de vondsten van de kroost.

En doordat dit jaar op vakantie in Ierland die verzameling nog uitgebreid werd met enkele hele mooie exemplaren, vond ik zonde die collectie gewoon in een doos te bewaren. Ze tentoonstellen zou toch beter zijn?



Dus kocht ik net voor dat ik dit najaar een ingreep moest ondergaan aan mijn knie wat materiaal, en hield ik me tijdens mijn herstelverlof knutselend zoet. Meer dan wat Ribba-kadertjes uit die Zweedse meubelgigant, wat karton, vellen papier in diverse tinten blauw en grijs, balsahoutjes, tandestokers en contactlijm was niet nodig. Of ja - een boel geduld en precisie ook.






Het vrouwke had vorig jaar het kleinste kamertje een make-over gegeven in marinekleuren. En ik vond die schelpencollectie daar goed bij passen ...