maandag 27 juli 2015

Vallon de la Selle

Dag 9 : maandag 27 juli 2015

De uitstap van vandaag ging naar een rustige vallei, waar je makkelijk overkijkt. Gelegen boven St-Christophe d’Oisans, verdwijnt de vallon de la Selle een beetje uit beeld. Een beetje spijtig want het is toch de moeite waard er te gaan wandelen


Net buiten St-Christophe kan je met de wagen nog een eindje omhoog tot een kleine parking, boven het gehuchtje Les Prés. Na vijf minuutjes stappen geeft een brugje over de Selle de start van onze tochtje aan.


De Vallei van de Selle is met die V-vorm een stuk smaller dan de valleien die we eerder bewandelden, hoger in de Vénéonvallei. Maar dat maakte deze wandeling weer net wat anders. Ondanks het meer besloten karakter, zijn de hellingen zonnig en vol bloemen


Onderweg zagen we Boslathyrus (Lathyrus sylvestris), Kruipend stalkruid (Ononis repens), Smalbladige spoorbloem (Centranthus angustifolius), Smalbladig koeienoog (Buphthalmum salicifolium), Rapunzel (Phyteuma sp.), en Huislook (Sempervivum tectorum)   




We hadden eigenlijk geen welomschreven doel die dag. Gewoon wat ontspannen wandelen tot we een mooi plekje vinden om wat te genieten van al dat natuurschoon.


Onderweg zagen we enkele opvallende distelsoorten. 


Deze Carduus carliniifolius ziet er nog redelijk gewoon uit, als distel, maar dat kan je niet zeggen van deze Zilverdistel (Carlina acaulis), met zijn stengelloze bloemen. Zelfs in de bergen kom ik die niet zo veel tegen, misschien mede door het feit dat de bloeiwijze vaak verzameld wordt om als geluksbrenger tegen woningen te prijken - het zijn net zonnetjes. Een beetje verder zagen we nog een andere distel, van imposanter gestalte en met wollige bloeiwijzen: de wollige distel (Cirsium eriophorum of subsp. spathulatum?)


Een bocht gaf opeens het zicht op het eind van de vallei prijs. 


Van links naar rechts de Tête Sud du replat (3428m), Les Pointes de la Selle (3297m) 
en de Tête de la Gandolière (3542m).
En twintig minuutjes later vonden we het ideale plekje voor het vieruurtje op een grote platte rots. De beek splitste zich rond een keienstrand, net onder de Aiguille de la Selle. 



Een wedstrijdje mooiste rolkei zoeken en vlinders of marmotten spotten hield ons een goed uurtje zoet. Westelijk spiegeldikkopje (Pyrgus carlinae) en Vedergras (Stipa sp.)


Deze kei kreeg de prijs van mooiste rolkei.


Op de terugweg speelt de Tête de Lauranoure, aan de overkant van de Vénéonvallei, tegenover St-Christophe en Oisans de hoofdrol.



<< Terug naar dag 1 
> Verder lezen volgende dag

zondag 26 juli 2015

In de lucht!

DAG 8 : zondag 26 juli

Toen we enkele dagen geleden de wandeling naar Les Perrons maakten, merkte Jongste zoon bij het passeren van de parapente startweitjes op “dat hij dat ook wel eens zou willen doen”. En toen we bij de kabelbaan toevallig een busje van Air 2 Alpes passeerden, kreeg ik een brochure met prijzen en contactnummer.

Het gezinnetje reageerde eerst vol ongeloof toen ik ’s avonds na het doornemen van de flyer voorstelde om zo’n parapente duosprong te doen, met zijn allen. Eerst wilden “de meisjes” niet mee, maar enkele dagen later was de gedachte iets leuk en spannend te missen te sterk, en wilden ze toch mee. Dan kwam het er op aan om snel de sprong te boeken, voor ze weer van gedacht wisselden.

En zo stonden we dan deze ochtend op één van de startweitjes in Les 2 Alpes, met knikkende knietjes en een droge mond. Want zenuwachtig waren we allemaal.



Gelukkig lieten Jean-Baptiste en Stephane, onze piloten, er geen gras over groeien. De parapentes werden uitgespreid, instructies gegeven, waarbij vooral de nadruk gelegd werd op het lopen, lopen en blijven lopen. Bij het opstijgen dan, want daarna heeft dat geen zin meer – en het zou er belachelijk uitzien.



En de uitrusting die we aangemeten kregen zag er al belachelijk genoeg uit.




We vertrokken niet allemaal samen. Eerst was het de beurt aan de meisjes. Vermits er op de middag nog niet veel thermiek is, waren de zij het eerst aan de beurt, want zij zijn het lichtst.





Wel spijtig dat er niet genoeg stijgwind was, want daardoor waren ze snel ver weg, en kon ik geen mooie foto’s maken. Ze vlogen al gauw langs de overkant van de vallei waar ze pogingen deden wat thermiek te vinden. Elke beweging van de boomtoppen verraadt luchtstromingen en daar gingen ze op af.



Ondertussen konden ze al eens naar elkaar zwaaien en op de rotsen naar gemzen speuren.


Maar na een tijdje verdwenen ze uit het zicht, zeven honderd meter lager richting Venosc. Terugvliegen naar de startwei met veel thermiek zat er vandaag niet in. We zagen ze pas terug toen ze, trots glunderend, terugkwamen van hun avontuur.



En dan was het aan ons, de jongens.






Het werd een ervaring die we niet hadden willen missen! Over diepe dalen vliegen, langs rotswanden scheren, de wind in je haren (of toch niet - die helm!), het vogelgevoel, de acrobatieën op het einde, ... gewoonweg top!

Als je ooit de kans krijgt om dit te doen, en je hebt geen overdreven hoogtevrees of makkelijk last van wagen- of zeeziekte, ... dan zou ik de kans niet laten liggen!

<< Terug naar eerste dag 
> verder naar de volgende dag

zaterdag 25 juli 2015

Le Châtelleret

DAG 7 : zaterdag 25 juli

Vandaag hadden we als doel de berghut le Châtelleret. Net als de wandeling naar le carrelet, moesten we er voor naar La Bérarde, maar daarna noordwaarts en onze tocht starten met de korte klim die we op onze eerste dag maakten.
Maar deze keer vervolgden we onze weg dieper de vallei in.

Voor ons de Tête de la Gandolière (3542m)

Ook hier gaat de wandeling over makkelijke paden door een overweldigend landschap.


Het zicht voor ons was fantastisch en maakte ons nieuwsgierig naar wat er om de hoek lag.


Het zicht terug, richting La Bérarde is al even knap. En de bloemen stonden er stralend bij.


Nogmaals Tolpis en Fleischer’s wilgenroosje

Rijsbes, Liefdesvetkruid en Klokjes

Naarmate we vorderden, werden de rotspartijen en watervallen steeds indrukwekkender. 

Tête du Rouget (3418m) en Pic Gény (3435m)  en  le Plaret (3563m)

De bergrivier wordt op deze hoogte begeleid door groepjes Witte elzen. Daarin verschool zich een vogeltje met een zang dat het vrouwke niet kon thuisbrengen. De ganse tijd liep ze te speuren of die onbekende zanger zich wou blootgeven.




Tot ie toch opeens bereid was kort te poseren. Bleek het een Barmsijs te zijn! Een soort waarvoor je normaal naar het hoge noorden moet maar die ook in de hoge alpen ’s zomers waar te nemen valt - als ie meewerkt tenminste …

Een gemsenfamilie en Parnassia, een bloempje dat bij ons in België bekend is van natte duinpannen in de kustduinen.




En dan kwam stilaan het einddoel in zicht. De vallei loopt te pletter op het massief van La Meije. Niet te geloven dat achter dit natuurschoon een skigebied verscholen gaat: dat van La Grave.



Het laatste stuk gaat het weer steiler omhoog naar de berghut toe. Gaandeweg veranderd de flora ook en zien we al meer typische planten van het hooggebergte verschijnen, soorten van kale rotspartijen en morenes, zoals Grijs kruiskruid (Senecio incanus) en Adenostyles leucophylla.




Tolpis staticifolia

Van kinds af aan vond ik dat altijd één van de leukste dingen van een wandeling in de bergen: het bereiken van je doel. 



En als dat doel geen bergtop was, dan was het tenminste een berghut. In een berghut krijg je dan wel niet dat heerlijke bergtopgevoel, maar zo’n warme chocomelk, erwtensoep of spaghetti maakt dat gemis ruimschoots goed. En een terras met zo’n zicht als dit … dat kan tellen.


Ik vind deze wandeling mooier dan die naar le Carrelet, maar misschien is dat net doordat deze refuge wèl geopend was. En bovendien hadden ze er nog een stuk overheerlijke bosbessentaart voor mij gelaten.



Voor ons bergwandelaars was de Refuge Du Châtelleret het eindpunt, maar voor bergbeklimmers is dit maar het eerste opstapje naar het echte werk. En het tweede opstapje bevindt zich daar boven op de rotsen. Ik weet niet of je het kan vinden op de linkse foto, maar de Alpiene club van Frankrijk heeft er een nog een refuge gebouwd, de “refuge du Promontoire”. 


Het is een stalen stekkedooske dat toch onderdak biedt voor een dertig klimmers of skiërs. Het lijkt onwezenlijk te balanceren op een richel op 3092m hoogte. Van daar uit vertrekken tientallen klimroutes over de befaamde rotspartijen van La Meije. Bezoek zeker eens de webstek van de refuge om een beeld te krijgen van het leven in de berghut, de prestaties van de klimmers en de pracht van de natuur daar boven.

<< Terug naar dag 1 
> Verder naar de volgende dag