dinsdag 22 juli 2014

To Skellig or not to Skellig ...


Valentia island. De naam alleen al heeft iets. Valentia island is geen echt eiland, maar een kleiner schiereilandje aan een groot schiereiland (Iveragh). En bekend voor de mooie zichten en rotskusten. 

Je kan er op twee manieren op. Ofwel neem je de brug bij Portmagee, ofwel rij je de veerpont op bij Knight's Town. Natuurlijk wilden wij beide en de keuze viel op eerst met de ferry, en er weer af via de brug.




Eigenlijk hadden we niet zoveel tijd meer op Valentia island zelf, want we waren onderweg al blijven picknicken op het strand van Derrynane bay en natuurlijk stoppen bij allerhande mooie zichten. Op Valentia island gingen we dus voor enkele klassieke aantrekkingspunten zoals de Tetrapod trackway , Geokaun mountain en Skellig experience.




Tetrapod trackway is naar verluidt het spoor van de eerste viervoeter die op land rondkroop. Je kan dat "eerste" natuurlijk met een korrel zout, of voor mijn part met een zak zout nemen, maar ik vond het toch leuk om te zien. Je ziet mooi de voetstappen die het dier ooit in de prehistorische modder naliet, inclusief sleepsporen van zijn staart.




We lieten ons daarna vangen aan een richtingaanwijzer "grotto", waarmee je aan een leisteengroeve komt. Maar het "grotto-deel" verwees eigenlijk naar een lourdes-grot aan de ingang van de groeve. Niet de mooiste grot, maar het zicht vanaf daar naar de overkant van het water, richting Doulus head en Beginish island was heel zeker de moeite!





Daarna reden we naar de hoogste top op Valentia island: Geokaun hill (266m). Daar moest je betalen om via een allerlelijkste en steile weg naar de top te mogen rijden. In normale omstandigheden zouden we zo'n heuvel opgeklommen zijn, maar we hadden weinig tijd. 




Zicht op het noordelijke schiereiland van Kerry: Dingle

Van op Geokaun hill heb je een fantastisch zicht op Doulus Bay, Valencia harbour, Beginish island en in de verte het stadje Cahersiveen. In het midden de vuurtoren van Fort point.




En er is ook een Bellevue waar je een spectaculaire kijk hebt op de Fogher cliffs.




Aan de andere kant kijk je uit naar Portmagee en de brug naar het vasteland Iveragh.




Vooraan rechts van de brug zie je enkele grijze lage gebouwen. Dat is de site van Skellig experience. Daar kan je een tentoonstelling zien over Skellig Michael. Als je goed kijkt zie je er ook een aanlegsteiger met bootjes.


Skellig Michael zijn twee rotsachtige eilanden zo'n twaalf kilometer voor de kust van Kerry: Great Skellig en Little Skellig. Ze zijn wereldberoemd wegens de populatie Papegaaiduikers en de gigantische populatie Jan-van-Genten op Little Skellig. 

Maar Skellig is nog het meest bekend omdat het wellicht de meest krankzinnige plek ter wereld is waar men ooit een klooster gebouwd heeft. Van de zesde tot de twaalfde eeuw was de plek bewoond door een twaalftal monniken. Hoe ze er overleefden is me nog steeds een raadsel, alhoewel het in de tentoonstelling uit de doeken werd gedaan.

Het klooster staat er nog steeds en is Unesco werelderfgoed. Je kan het bezoeken, maar de tocht er naartoe is een bezoeking. Toch voor wie een anderhalf uur durende tocht in een klein bootje niet ziet zitten.

Om eerlijk te zijn had ik al een overtocht geboekt - voor morgen, maar na het zien van de kleine bootjes die naar Skellig varen, en het filmpje in de tentoonstelling, zagen de overige leden van mijn gezinnetje het absoluut niet meer zitten. Ik moest dus noodgedwongen weer afzeggen en toen ik de schipper belde hoorde ik gelijk een storm op de achtergrond. Hmm - Skellig is grellig!

Als je een idee wilt hebben van wat de overtocht en het aanmeren op Skellig betekent dan bekijk je maar eens deze twee heel korte filmpjes:






Om op Skellig aan te meren worden elk jaar dertien licenties toegekend aan zeelui die elke dag (indien mogelijk) een overtocht naar Skellig mogen uitvoeren. Het aantal personen dat gelijktijdig op Skellig aanwezig mag zijn is ook beperkt - ik dacht zo'n honderd vijftig. Elk bootje mag maximaal twaalf personen vervoeren.

En als het bootje je dan afgezet heeft op Great Skellig, dan wacht je een klim van honderden treden over een kronkelige trap tot aan de kloostersite. Wat men allemaal niet deed om "dichter bij God" te zijn ...

Ik kan dus helaas geen foto's tonen van Skellig zelf, maar ik zou je aanraden even "Skellig Michael monastery" te googlen op google afbeeldingen, en even met mij weg te dromen ...



maandag 21 juli 2014

Seafari

Zo dicht bij de zee – dan moet je toch eens op het water niet? Voor vandaag hadden we dus een boottochtje gepland. Niet zo maar een boottochtje waarbij je rond de baai getoerd wordt om van de uitzichten vanop het water te genieten – genoeg kastelen en ruïnes of te bekijken. Nee – een boottochtje om zeehonden te zien!

Bij het boeken had ik keuze uit twee firma’s in Kenmare. Ik had ze al enkele malen zien uitvaren en mijn gevoel zei me dat we wellicht best waren bij Seafari. Star of Kenmare had misschien wel een mooier bootje met een hoger dek maar ik zag ze altijd in hoog tempo aan- en afvaren. Je kan met hen zowat elk uur uitvaren terwijl ze bij Seafari maar twee keer per dag de zee opgingen. Dus heb ik gisteren getelefoneerd. Toen de man hoorde dat ik van hem wou weten wanneer de beste condities zouden zijn om foto’s te nemen - ’s morgens of ’s namiddags - controleerde ie eerst nog de getijtabellen alvorens ons voor de namiddag te boeken.




Net toen we klaar stonden om te vertrekken naar het haventje viel mijn oog op een bootje voor de kust net onder ons vakantiehuisje. Was dat niet “onze” boot? Wat deed ie nu nog daar? Binnen een half uurtje moest ie toch al aangemeerd zijn? Dat zou ie toch niet meer halen?

Dus hielden we hem nog even in de gaten alvorens te vertrekken. Ik vreesde op een ogenblik dat ie in panne stond, want dat bewoog haast niet. Tot opeens mijne frank viel. Die keken daar naar nog steeds zeehonden! We waren hier al een hele week en we hadden niet door dat die zeehonden zo dicht zaten! En blijkbaar lag die boot daar wel heel erg dicht tegen!

En terwijl we stonden te kijken kwam de concurrentie aangevaren, maakte snel-snel een ruime toer rond eilandje én Seafari-boot en weg was ie. Ik wist dat ik de goede keus gemaakt had.




Moet ik er nog bijzeggen dat het nog even duurde voor het bootje in de haven lag? We vertrokken pas toen iedereen ingeschreven was, de kapitein zijn voice mail gecheckt had op bijkomende boekingen en er nieuwe thermossen koffie en thee ingeladen was. Je moet je wel een beetje laten meevoeren op het gezapige tempo, maar we hadden tijd.


Eens op zee kreeg ik toch wel bewondering voor de aanpak van onze kapitein. Het is niet makkelijk, een bootje vol toeristen entertainen op een traag tuffend tochtje over de zee. Maar de man heeft na twintig jaar voldoende ervaring. Met grapjes, liedjes en verhalen leidde hij ons door de verplichte veiligheidsinstructies en bereidde hij ons voor op wat we gingen zien, eens we bij de zeehondjes zouden aankomen. En ondertussen ook nog inspelen op wat er allemaal onderweg te zien was.



Ik vreesde al dat we niet al te veel zeehonden gingen zien, want helaas waren er twee gezinnen met erg jonge kinderen ingescheept en die waren na een tijdje wel erg ongedurig en soms luidruchtig.


Maar dat was dus niet op de kapitein gerekend! Op een gegeven ogenblik voeren we voorbij een eilandje vol zeehonden, en misschien maar drie mensen op het schip die ze opmerkten.
Hij ging iets voorbij het eilandje voor anker en begon toen het schip voor te bereiden op waarvoor we eigenlijk kwamen: van dichtbij naar wilde zeehonden kijken.
 


Iedereen moest aan één kant van het schip gaan zitten. Hij had ondertussen al goed door wie hij vooraan op de eerste rij kon zetten en wie op de tweede rij. De eerste rij zit namelijk heel open en bloot achter de reling en daar mogen alleen degenen die echt stil kunnen zitten – voor minstens een half uur lang. Dames en ouderen kregen een dekentje tegen de wind. Kinderen mochten op de tafels helemaal in het midden. Daar zaten ze het minst zichtbaar voor de zeehonden en zaten ze toch hoog genoeg om zelf ook iets te zien. En voor de hele kleine kinderen werd in het afgeschermde deel van het schip een speelhoek klaargemaakt. Eén van zijn assistentes hield ze vanaf dan de ganse tijd zoet (en stil) en die deed dat wonderwel goed! 



De iets oudere kinderen trakteerde hij vanuit zijn stuurkabine op een heuse poppenkast met drie pluchen zeehondenpoppen. Die drie beestjes legden het gedrag van hun echte soortgenoten uit. Fantastisch idee was dat! De kinderen zaten oprecht geboeid te luisteren en keken er achteraf echt naar uit om zeehondemoeders hun baby’s te zien kussen, aaien of te ondersteunen bij het zwemmen.


Daarna naderden we heel traag en doodstil gezeten het eilandje. Niemand mocht bruuske bewegingen maken – zeehonden zien beter dan wij -, we mochten al zeker niet wijzen -dan denken ze dat je uitgestrekte arm een geweer is - en de uitgedeelde verrekijkers mochten maar traag naar de ogen gebracht worden.



Maar het loonde zeker de moeite. Het komende halfuur voeren we telkens traag voorbij het eilandje om dan weer af te zakken met de stroom. En telkens kwamen we dichterbij de zeehonden. De verrekijkers hadden we eigenlijk niet nodig.




Als je ze zo over de rotsen gedrapeerd ziet liggen dan lijkt het of ze de ganse dag niks anders te doen hebben dan een wedstrijdje “het meest lijken op een rots met mossels”.


Op een gegeven ogenblik vertelde hij over het Ierse geloof in het bestaan van Selkies, mythologische wezens die hun zeehondenhuid kunnen afgooien en dan op land leven in mensenvorm. Hij vertelde dat Selkies en dus ook zeehonden van muziek houden, meer bepaald Ierse muziek, en dat ze er kalm van worden. Waarop plots de ene assistente viool begon te spelen, en de andere volgde met een kleine harmonica.


Wat volgens mij echter gebeurt is dat hij die zeehondenkolonie die hij dagelijks tweemaal bezoekt aan het gewennen is, zo van: “Als die boot verschijnt met de muziek, dan zal er niks bedreigends gebeuren – dan kunnen we allemaal rustig op onze rots blijven liggen”.

Tijdens de terugtocht kregen we koffie (of thee) en koek aangeboden – en iets sterkers – en kon ik uitgebreid met de kapitein keuvelen over natuur, natuurbeleving en –fotografie. En ook over hoe moeilijk het gaat om met deze business het hoofd boven water te houden.



Maar met mij heeft ie alvast één klant die heel tevreden huiswaarts ging. 

zondag 20 juli 2014

The second dog

Vandaag zijn we weer eens richting Béara getrokken. Vorige dinsdag was het er zo mooi in Gleninchaquin. Nu probeerden we een stukje "off road" Béara Way tussen Derreengarrinshagh en de pas derrysallagh. 

Het begin van de wandeling ging op lage hoogte van het ene weiland naar het andere met heerlijke doorkijken naar kleinschalige landschapjes met weilanden, hagen, beken en bosjes. 



Een kilometer verderop werd het landschap opener en kregen we al onmiddellijk een zicht op het doel van de wandeling. Daar boven, ergens tussen één van die toppen ligt de pas waar we naar toe wilden.


Van ver kon je dat niet zo zien, maar die grote grasvlakte is wel degelijk verdeeld in aparte weilanden, zij het dan heel grote. Zoals steeds zijn er geen poortjes, maar ladderachtige overstapjes.



Toen we de helling beklommen, viel het ons op dat we daarboven een hond hoorden blaffen, en dat er soms groepjes schapen over de kam gedreven werden, de heuvel af in onze richting.


En bij een rustpauze zagen we achter ons een kleine figuur naderen, met wandelstok en plastieken zak.
We zeiden nog al lachend, dat is de vrouw van de herder, en ze brengt zijn boterhammekes.

Maar dat bleek nog niet ver bezijden de waarheid. Toen ze op onze hoogte kwam, bleek haar man inderdaad daarboven, samen met de hond de schapen bijeen te drijven. Ze moesten allemaal naar beneden, want de scheerder kwam om ze van hun wollige vacht te ontdoen. Dat moest éénmaal per jaar gebeuren. Blijkbaar hadden ze deze grond geërfd en graasden er zo'n tweehonderd schaapjes op. Toen ik dat dan even op de kaart inschatte bleek het om een gebied te gaan van om en nabij de vierkante kilometer! En veel bracht dat niet op. Voor de lammetjes kregen ze amper 35 tot 40 Euro. Maar het scheren kan gratis, in ruil voor de wol. Gelukkig moeten ze er niet van leven, want beide hebben een job, zij aan de kassa van een winkel en hij in de lokale "council". 


Het verwonderde me nog dat hij dat bijeendrijven met één hond afkon. Waarop ze al lachend zei dat zijzelf de "second dog" was. 


Zicht vanop Derrysallagh pas richting noordwest. Links Iveragh en vooruit Killaha en Barraduff mountains
Boven op de pas was de grond vlak en erg drassig. Men had lange planken naar boven gebracht om er enkele vlonderpaden mee te maken.



De sjompige veenbodem groeit er vol met plantjes Zonnedauw, net als Vetblad zijn dit vleesetende plantjes die met kleverige druppels kleine insectjes vangen en verteren.


Links Ronde zonnedauw en rechts Kleine zonnedauw

Langs de andere kant heb je een mooi zicht op lough Inchiquin, en rechts in de verte de zuidkust van schiereiland Iveragh. Net buiten beeld links ligt park Gleninchaquin.




De door de kleine eilanden grillige zuidkust van Iveragh
De terugweg was langs hetzelfde pad, maar dat vinden we nooit erg - het zicht is helemaal anders als je weer afdaalt.


zaterdag 19 juli 2014

Het redden van een zeester, zon, zee en strand

Wat een miezerige start van de dag! Nee, niet door de Guiness van gisterenavond, maar door het grijze weer. Tot nu toe werden we hier telkens gewekt met een zonnetje dat door de gordijnen piept maar wat was dit zeg – alleen maar dikke grijze wolken en miezerig gedruil.
Maar geen nood. We kregen van Mevr Teahan de raad mee om niet bij de pakken te blijven zitten als het eens een mindere dag zou zijn. “Get in your car and drive around” zei ze – en “blijf niet binnen zitten miezeren”, maar dan in het Engels.

En we zijn hier al een week en we zijn nu nog niet verder op het schiereiland geweest … De perfecte dag dus om eens een stukje van die befaamde “Ring of Kerry”- autorondrit te doen. We zouden westelijk rijden en we zien wel wat de dag brengt. Ik zag alvast op de kaart in de omgeving van Caherdaniel enkele strandjes liggen. Eén ervan sloot aan op een baai waar er een pad aangeduid stond. Interessant genoeg om er eens te stoppen en te kijken wat dat nu eigenlijk is, die groene vlek achter het strand.

Ik had al vermeld dat het stuk “Ring of Kerry” van Kenmare tot Sneem nogal smal en door het groen er tunnelachtig uitziet. Wel, we waren blij dat dat effect iets voorbij Sneem gedaan was. Vanaf daar konden we genieten van vergezichten over Kenmare bay. 

Het bleef helaas de ganse tijd grijs en regenachtig. Toen we ter hoogte waren van het eerste strand (met camping en veel drukte) liep iedereen er rond met pulls en regenjassen en paraplu’s. Maar slechts enkele kilometers verder, bij Derrynane bay zelf, klaarde het opeens op! Ik vond er een parking gelegen in een duinstruweel, niet ver van het strand.



En wat bleek … Derrynane bay is een klein paradijsje! Wat ik op de kaart gezien had bleek een duinengebied te zijn van vier-vijf hectare, in een half-verzande baai net waar een riviertje – de Coomnahorna– in de oceaan uitmondt. Iets waar ik al onmiddellijk opfleurde bij het eerste aanschouwen er van – want daar zag ik me direct een pareltje van een duingazon, inclusief zeldzame bloempjes en zag ik daar zelfs geen tapuiten opschrikken?



Gelukkig werd het gezinnetje door het zonnetje en de overenthousiaste papa al gauw opgebeurd, en zeker toen we na een korte wandeling bij het strandje zelf aankwamen. Aha! Dat was een schot in de roos! Tot bleek dat ze alle drie, op het verkeerde been gezet door de miezer, een stevige jeans aangetrokken hadden. 



Dochter liet dat haar niet tegenhouden om dan maar in onderbroek te gaan pootjebaden. En algauw volgde het vrouwke haar voorbeeld. Handig die onderkleding die er van ver bikini-achtig uitziet. Geen Ier die het verschil ziet.



Klassieke strandgenoegens zijn doorgaans niet aan mij besteed. Ten eerste kan ik geen vijf minuten stilzitten op een strandhanddoek en ten tweede gaat mijn huidsoort niet samen met overmatig zonnelicht. 



Maar met een camera in de hand kan ik uren zoet zijn in ietwat natuurlijke duinen. Daar valt altijd iets te beleven. Als er geen mooie planten in bloei staan zijn er altijd wel kevers of slakjes of vogels die de aandacht trekken. Of rupsen en konijneholen …



Hier was de eerste plek tijdens deze vakantie waar ik echt veel bloemen bijeen zag. Ik had ondertussen al zoveel van dat “groene Ierland” gezien dat ik volkomen uit de bol ging bij het zien van al dat kleurrijks, zelfs al stond het kort tegen de grond (door de konijnen). 







Ik zag er onder andere Late ogentroost, Wilde tijm, Ogentroost, Liggende vleugeltjesbloem, Hondskruid, Blauwe zeedistel, Wondklaver, Tapijten van Echt walstro en hier en daar vielen Inktzwammen op. Die stonden op halfvergane paardendrollen. 




Toen ik terugkwam van mijn kleine duinexpeditie werd ik door het gezin snel meegetroond naar diverse dingen die zij op het strand aantroffen. Een dode vis, een zeester die moest gered worden uit de branding, wier in het aanspoelsel en een boel vreemde schelpen die je op een Belgisch strand niet zo snel tegenkomt. 




Daaronder waren er enkele hele grote zoals Gewone otterschelpen, dus was mijn interesse gewekt om even op schelpenjacht te gaan. 

En we maakten heel wat buit! We vonden er nog Gewone en Wrattige venusschelp, Geruite en Gewone tapijtschelpen, Gewone artemisschelp, Noordse cirkelschelp, Een Sleutelgathorentje, Platte slijkgaper, Grote zwaardschede, Klein tafelmesheft, Paardenzadels, Ruwe en Gekleurde schaalhoren, Scheve hartschelp en natuurlijk ook Zaagjes en Strandschelp.